Theo Vermoen

19-10-1911 – 9-12-2009

biografie:

In oktober 2008 stond Theo Vermoen in de krant. Ons Eiland was bij hem op bezoek geweest en publiceerde het volgende artikel:
‘Matheus Adrianus Johannes Vermoen woont sinds 2007 in De Goede Ree en zijn vrouw in De Samaritaan. Elke dag bezoekt hij zijn vrouw. “We zijn getrouwd op 12 oktober 1938”, vertelt meneer Vermoen. “Ik heb mijn vrouw ontmoet toen ik leerde voor het ijken van schepen. Dat was in Rotterdam-Charlois. We kregen verkering en zijn nog zo’n twee jaar in de kost geweest voordat we trouwden. Toen brak de oorlog uit en kwam ik zonder werk te zitten. Er werden geen schepen meer gebouwd. Nadat Rotterdam was platgebombardeerd en ik puin heb moeten ruimen, ben ik voor uitvoerder gaan studeren. Ik heb daarna in de wegenbouw en betonbouw gewerkt, bij Steensma en bij Oosterwijk dat later is overgenomen door Boskalis. Dat was mijn mooiste werk, vooral de aanleg van de metrobaan van Rotterdam-zuid naar Hoogvliet. Mijn vrouw had inmiddels haar diploma als pedicure gehaald en begon thuis met haar praktijk.” Hun gezamenlijke passie was gedichten schrijven. Meneer Vermoen schrijft nog elke week een gedicht. Zo droeg hij ter gelegenheid van hun 70-jarig huwelijk een gedicht voor aan zijn vrouw. Beiden komen uit een kunstzinnige familie, waar creativiteit een belangrijke rol speelde.’

Theo Vermoen is geboren in Mijnsheerenland en groeide op in Zuid-Beijerland. Hij behoorde tot een gezin met tien kinderen. Zijn vader werkte op het land. ‘Met zo’n groot gezin is het toch moeilijk financieel rond te komen van de opbrengst van het land’, zegt Dita van den Berg-Vermoen, de dochter van Theo. ‘Zijn vader ging bij een andere boer werken om extra te verdienen. De oudste kinderen moesten in hun vrije tijd de handen uit de mouwen steken. Op eigen land en bij een boer. Ook moest Theo mee naar het eiland Tiengemeten om riet te snijden. Soms bleven ze daar overnachten in een tent. De zondagse kerkgang was verplicht in het gezin.’
In de jaren dertig verkocht vader Vermoen de boerderij om bij Philips te gaan werken. Het gezin verhuisde naar Eindhoven, maar kon daar niet wennen en verhuisde terug naar het westen: Rotterdam-IJsselmonde met als doel werk in de haven te vinden.
Theo verliet het ouderlijk huis, huurde een eigen onderkomen en ging in de avonduren studeren. ‘Hoger op de maatschappelijke ladder klimmen was zijn wens. En dat is hem gelukt. Door zijn doorzettingsvermogen en studie heeft hij later altijd werk naar zijn zin gehad.’ Dat was dus onder andere het ijken van schepen en een taak als hoofduitvoerder in de wegenbouw.
Met zijn vrouw An, met wie hij een zoon en een dochter kreeg, deelde hij een grote passie: het maken van gedichten en verhalen. Dita van den Berg-Vermoen: ‘De een vulde de ander soms goed aan. Maar beiden hadden ze hun eigen stijl. Ze schreven voor kranten en bladen, vooral nadat ze met pensioen waren gegaan. Er lag altijd een blocnote in de buurt. Zolang ik me kan herinneren waren ze met dichten bezig. Hun productie was enorm. Theo maakte begrijpelijke gedichten. Zijn thematiek was heel breed: de natuur, zijn vroegere leven, de dingen die hij meemaakte. Van een bundel is het nooit gekomen. Wel is er een schrift vol handgeschreven gedichten, in dat prachtige handschrift van hem. Hij heeft tot het einde gedichten geschreven, ook wel gelegenheidsgedichten voor mensen in De Goede Ree: iemand die jarig was of afscheid nam…’
Dita van den Berg-Vermoen schildert en beeldhouwt. Zij heeft samen met haar moeder geëxposeerd in De Samaritaan in Sommelsdijk: schilderijen en gedichten. Grappig: tussen de gedichten van An Vermoen was een gedicht van Theo Vermoen geglipt. Zo was ook hij bij de expositie betrokken.
De laatste jaren woonden Theo en An in Sommelsdijk, niet ver van hun dochter Dita, die destijds in Ooltgensplaat woonde. In Sommelsdijk zijn Theo en An ook begraven. Theo is 98 geworden, An 93. Op hun graf is een open boek gebeiteld met daarin een gedicht van An.


In 2012 gaf Dita van den Berg-Vermoen de gedichtenbundel Handen uit, in eigen beheer. Het is een eerbetoon aan haar dichtende ouders. Een foto van hun in elkaar verstrengelde handen staat op het opslag van de bundel.

links onderaan – schoolfoto te Piershil – 1917

An en Theo – eind jaren 30

2008 – foto: Wim van Vossen Fotografie

Ode aan mijn vrouw (op 70 jarige huwelijksdag)

Liefste, samen zijn en toch alleen.

Wij verblijven op ’t laatste spoor des levens
– waar steeds meer vergeelde bladeren vallen –
en leven als een kale boom in ruste
die dan geen levenstooi meer uit kan stallen.

Door Uw ziekte staan we beiden weer alleen,
ongewenst zijn we hierdoor nu gescheiden.
Ik mis steeds je stem, het woord en je glimlach,
voel dagelijks het innerlijke lijden.

Maar nu gij zo raak’lings langs mijn leven gaat
– als verdoofd het geluk, van ziel en zinnen –
is er in ons zoveel liefde opgebouwd,
dat geen storing vat krijgt op het minnen.

En steeds weer wil ik U opnieuw begroeten,
al is het soms een bitter zielsmoment.
Wij zijn geen vreemden die elkaar ontmoeten,
ook niet als U door ziekte mij niet meer kent.

Mijn liefste, dit zwaarmoedig herfstseizoen,
waar niet een blad valt, maar hele wouden,
wat kan een eenzaam mens nog beter doen
dan steeds in stilte van elkander houden.

12-10-2008

 uit het gedichtenschrift – 2008

Levenslicht

Alles wat leeft op deze aarde
aanschouwde ’t eerste levenslicht.
Het begint zo pril en onbezonnen
veel liefdesogen zijn er op gericht.

Het maakt echt niet uit wat of het is
’t kan een mens een dier of boompje zijn.
Evolutie zal er altijd blijven –
door verandering blijft de wereld rein.

Woeppie

’t was een rare naam
het ventje heette Woeppie
thuis, op straat en school
daar liet hij een poeppie
en als men er wat van zei
dan antwoordde hij
al klonk het wat verlegen
dat gat heb ik er voor gekregen.

De autorijder

Pot verdorie
kijk toch voor je
in spiegel achterom
zie wat gaat en kom.

Speel niet met vuur
handen aan het stuur
auto rijden, let wel
is geen kinderspel.

’t is een vak apart
rij nooit te hard
want voor je ’t weet
bezorg je mensenleed.

Onnodig leed op aard
is het echt niet waard.
Jagen, jakken, ’t zijn geen noden,
beheersing is geboden.

Theo Vermoen heeft tot de leeftijd van 96 auto gereden. “Toen heb ik mijn rijbewijs maar niet meer verlengd omdat ik last van mijn benen kreeg. Ik heb nooit een bekeuring gehad. Dat komt omdat ik altijd voorzichtig heb gereden”.

 het graf van Theo Vermoen en zijn vrouw An, allebei dichters

op de begraafplaats te Sommelsdijk

Eén reactie

  1. Pingback:oorlogsspel – o-o-go

Reageren is niet mogelijk