Teunie Knöps

Teunie-Knops3

Hoefakker 307
4901 GB Oosterhout
teuntjek@live.nl

biografie:
Mijn ouders gaven mij de naam Teuntje, naar mijn grootvader Teunis. Gewoon omdat hij aan de beurt was. Mijn oudere broer had eigenlijk zo moeten heten, maar omdat hij tot dan (boven hem nog 3 meiden) de enige stamhouder was, moest en zou hij de naam van mijn opa van vaders kant krijgen. Ja, dat ging vroeger zo..Na mij kwamen er nog 2 meiden. Als mijn broer Teunis had geheten, dan zou mijn naam nu Bep zijn geweest, zoals mijn jongere zus nu heet. Maar ik ben er blij om dat ik naar mijn lieve grootvader Teunis ben vernoemd.
Teunie Knöps, geboren in Nieuwe Tonge op 1 oktober 1940. Van 1985 tot eind december 2014 woonde ik in Oud Beyerland. Daarna verhuisde ik naar Oosterhout. Pas rond mijn 40ste ben ik gedichten gaan schrijven en nam ik deel aan poëzieworkshops en werd lid van een haikukring. Dat was een bijzonder leuke tijd. Poëzie ging bij mijn leven horen. Mijn lievelingsgedicht is ITHAKA van de van oorsprong Griekse dichter Kavafis. Ook haiku heeft mijn liefde. Dat is zo enig om te doen! In Japan, waar het oorspronkelijk vandaan komt, schrijft iedereen haiku.
Ik kom regelmatig op Flakkee. Als ik dan over de Haringvlietbrug rijd en Flakkee aan mijn voeten zie liggen, gaat mijn hart open. Ik noem mezelf altijd ’n eilandkind. Water en wind nemen in mijn gedichten een grote plaats in.

bibliografie:

In 1986 kwam mijn 1e bundel “Tussen Gorzen en Slikken” uit, met prachtige illustraties van Pau Heerschap.
De gedichten zijn in het Flakkeese dialect geschreven.

Zeumeraevend

In ’s aevens stienge ze buuten
te praete over ’t weer
waer de wind vandaen kwam
of waer ’n heen zou gaen
hoe dan moeder zei: kiek,
de moggen danse op in neer.

Dat was toen de zeumers lang
in vol mit stemmen waere
‘k hôôr ‘t “n aevend saem”
haest plechtig, noe weer klienke
echo’s nog, van over ’t waeter
zachtjes m’n ôôren ingevaere.

 

In 2011 volgde mijn bundel “Over Flakkee”, eveneens in het Flakkeese dialect met oude en nieuwe gedichten. Ook een verhaal over de watersnoodramp van 1953, geschreven door mijn zus Aat, is hierin opgenomen.

Was ik de wind

Was ik de wind dan zou ik waoie
‘k zou zachtjes over ’t waeter waoie
of renne achter golven an
van bliejschap in de roendte draoie
in weer beginne van voren of an.

Was ik de wind dan zou ik dwaele
‘k zou ’s aeves deur de polder dwaele
gaen lègge as de nacht an kwam
‘k zou krachten uut de ruumte haele
in weer beginne van voren of an.

Was ik de wind dan zou ik waoie
van ’t ôôsten naer het westen waoie
in wete waer ik heen zou gaen
‘k zou of in an ’n beetje draoie
soms bie m’n eige wat stille gaen staen.

 

Mijn laatste bundel draagt als titel: “Haiku Haibun en Gedichten” en kwam in 2016 uit.
Al vele jaren ben ik lid van de e-mail haikugroep van OOGO

HAIBUN:

rondje rivier

Bijna iedere dag loop ik, met mijn Nordic Walking stokken, of fiets ik, mijn rondje langs
de rivier, waarlangs een mooi wandel- en fietspad ligt tot aan de landbouwgronden van het
volgende dorp.
Verspreid over het pad staat een aantal poëtische zinnen, in hele grote letters breeduit geschilderd.
En elke keer weer lees ik ze aandachtig, als las ik ze voor het eerst…

‘Wolken als tafels en stoelen als bomen’

Tientallen keren ben ik langs deze tekst gelopen en nu pas begrijp ik haar!
Ja, wolken als tafels kon ik me wel voorstellen maar stoelen als bomen…
Wat een heerlijk moment als je ‘het’ ineens ziet, het is een haikumoment.
In plaats van te denken: ‘hoe zit dat’, moet ik gewoon goed kijken, met name ook van afstand
kijken. Wolken hangen niet alleen hoog in de lucht maar ook laag aan de horizon. De bomen,
die je er dan voor ziet staan, dát moeten dan de stoelen voorstellen. Stoelen als bomen!
En nu gaat de deur nog verder open: als ik me omdraai, zie ik vlak achter mij een bomenrij en
als ik dan omhoog kijk, zie ik ook daar, in de vorm van bomen, stoelen voor een wolktafel
staan!

tafels en stoelen
staan nodigend langs de rivier
om plaats te nemen

‘Stilzwijgend de woorden meekijken’
Deze tekst vind ik de meest poëtische. Op een van de bankjes mijmerend zitten en genieten
van de eenden op het water, de zwanen, die klapperend met hun vleugels opstijgen, de vogelvluchten, de wolken als tafels… Woorden wellen op, stilzwijgend kijk ik de woorden mee.

‘Gedachten als kabbelend water’

Deze zin zou ik zelf met van die grote, wijde letters op het pad willen schilderen. Gedachten,
die eindeloos stromen, altijd in beweging. Ja, deze zin is van mijzelf.

stilzwijgend kijken
naar woorden die bewegen
over het water

 

Reageer