Poëzie op Schouwen – verslag

Poëzie als Zeewind en golfslag op herwonnen grond
in het Watersnoodmuseum op 6 september

Lianne Kooiman van Het Watersnoodmuseum opent de middag met mooie woorden over het belang van poëzie en de samenwerking met De Reizende Dichters.

Herman Maas presenteert en heeft bij elke dichter een inleiding.

Mels Hoogenboom met o.a.:

De wereld de dagen

Van de vissen die zwemmen verborgen
ze zwemmen heus door en de schelpen in rust
Van het klotsende water dat klotsend naar later
en klotsend de kantlijnen kust
Van de wolken die schijnen verdwenen maar
zeker de wolken verschijnen heus weer
want de wind die blijft waaien en de molens
ze draaien zich vol en de vogels ze wieken wel weer
Van de zon en het wier dat zwarte
dat dieren weer voedt en dit alles
draait rond
Van de wereld ze draait en verdomd en
verdraaid daarbij lacht ze ons mild gestemd toe
de lach van mijn Lisa
mijn Mona mijn Lisa
geschilderd mijn dagen
mijn wereld
ze ligt daar gewoon

Mels Hoogenboom – 25 maart 2020

Anne Hanse en Lindsay de Lange

Marja Quist met o.a.:

Regie

Jij wil alert zijn
alles meemaken
meedenken
meebepalen
met heel je nog heldere hoofd
hart vol van liefde
vol van angst.

Die intense eenzaamheid
om te bepalen
dat ene moment
moment dat onomkeerbaar is.

Een worsteling van
tijd
moed …
en loslaten.

Marja van der Zande © 2020

Marian Kortekaas

Cies Meinders met o.a.:

loflied op de liefde

laten we onszelf omarmen
laten we onze kunstenaar naar voren schuiven
aanschouw haar, neem haar bij de hand
schouw bij uzelf naar binnen
onthul uzelf, onthul uzelf als kunstwerk
verzet u tegen uw vernietigend oordeel
weest uzelf een zachte hand, vergeet de hand die straft
werp een dan op tegen uw onverschilligheid
tegen het onberispelijke, tegen het smetteloze
houd van de vlekken op uw ziel
wapen u tegen de scheppers van almaar nieuwe geheimen
lieg vloek tier maar laat uw angst geen geheimen scheppen
geef uw leugenaar de ruimte
vervang uw gemeenplaatsen door versregels
draai elk cliché de nek om
laat ons de intimiteit van het luisteren hoger achten dan de kracht van woorden
laten we ons oor te luisteren leggen bij elkaar als
tegen de buik van een zwangere vrouw
laat ons rusten in de gehoorgangen
laten we de vluchtige beweeglijkheid van de lippen afzweren
verzet u tegen de verzengende hitte van de schaamte
laaf uzelf aan koele beelden
besprenkel uw ogen met het beeld van de zee
kijk eens langer dan u dacht
neem met het stappen van de koe haar groene wereld tot u
verlies uzelf in de ogen van een geit
verdwaal in een zin en hoor uw eigen stem
laten we brieven schrijven en elkaar op het wit papier ontmoeten
geef uzelf de ruimte en uw voeten zullen een ragfijne dans uitvoeren
luister naar uw buik, uw van hunkering zware buik
man vrouw weest uzelf een kind en duw het niet de trap af
laat het zijn wat het is, laat het zo kleurrijk
zo onvoorspelbaar zijn als u kunt toestaan
laat het wild zijn
laat het zot zijn
laat het god zijn

Cies Meinders, gedichten om hardop te lezen © 1968-2020

Ester van Meurs met o.a.:

Vormgedicht, Pantoem

De omgekeerde wereld

Altijd zijn boeren in de weer
van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat
wij buitenwoners pikken het niet meer
rust en stilte is waar ‘t om gaat

van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat
maken zij veel te veel kabaal
rust en stilte is waar ’t om gaat
hun mestafval stinkt abnormaal

zij maken veel te veel kabaal
wij willen stresloos buiten leven
hun mestafval stinkt abnormaal
een nieuwe wet zal uitkomst geven

wij willen stresloos buiten leven
wij buitenwoners pikken het niet meer
een nieuwe wet zal uitkomst geven
altijd zijn boeren in de weer

Het antwoord

De stadse plattelanders zeuren weer
wij boeren ploeteren met hart en hand
zij gaan als keffertjes te keer
aan wufte buitenlevers hebben wij het land

wij boeren ploeteren met hart en hand
voeren het vee en bewerken de akker,
aan wufte buitenlevers hebben wij het land
die stadse lui liggen daardoor wakker

voeren het vee en bewerken de akker,
geen wet die ons het werken kan verbieden
die stadse lui liggen daar nu van wakker
zij eisen regels van de Haagse lieden

geen wet die ons het werken kan verbieden
zij gaan als keffertjes te keer
zij eisen regels van de Haagse lieden
die stadse plattelanders zeuren weer

Sterre van Resum ©

Tannie van Eck

Leny Seinen met o.a.:

Dit gedicht is ontstaan op de Zeelandbrug hier vlakbij in oktober 2019

Samen op pad

Ik rijd hier
– met mijn kostbare schat
ons samenzijn op een kier –
over land en over zee

Jij bent mijn tijd
terug in jaren
het heden nu wat kwijt
grapjes nog steeds vertrouwd

Genieten van dit moment
steeds maar verder rijdend
blij dat je me nu nog kent
samen reizen tot het eind

© Leny Seinen oktober 2019

Thom Schrijer

Marja Lodewijk met o.a.:

Wat ik ga doen wil ik kort inleiden.
We schrijven 2003. Ik woon en werk in Rotterdam. Als team nemen we afscheid van een collega; Esther. Zij gaat van Rotterdam naar Middelburg verhuizen. Ik maak een afscheidslied. In het lied vraag ik me af of ze er wel verstandig aan doet de levendige, veelkleurige randstad te verruilen voor…
..eh…ja..voor…. voor Zeeland. En dan… gaat het een eigen leven leiden…

STUK UIT …. AFSCHEIDSLIED VOOR ESTHER – 2003

Voor Zeeland is Middelburg DE grote stad,
Voor randstedelingen niet meer dan een gat
Eén bios, een molen, een abdij, een stadhuis
Je wordt allochtoon daar; je raakt er niet thuis.

Je dacht “lege wegen, de file voorbij”
Dan ineens ga je traag in een eind’loze rij
Voorop slakt een trekker
Of een sproeier, een snoeier, een kroter, een poter
Een zwoeger, een ploeger, een hakker, een pakker
Een hooier, een rooier, een zaaier, een maaier,
Of misschien een combijn…
Je kruipt vijftien uur tussen Kats en Colijn.

Ontzwemmend geworstel; halfverzopen die leeuw
Verankerde trauma’s diep in elke Zeeuw
Die vrees in hun genen, die angst in hun bloed
“Za’den diek dat dat wel ‘ouwe…; bin de dieken we’ hoed?”

Aleen op den diek; hin means dae…
Alleen op de dijk, er is niemand te zien
Een polder vol ganzen, een duizend of tien.
En waar je ook bent, je ruikt altijd de zee…….
……Oh Esther, m’n Esther…..mag ik met je mee?

Oh Esther, mun Esther, Jie haet’r ni toe
Jie hae ni mien langd, jeloers bin’k op joe
Ik e der mun ‘arte in mun ziele an verpangd
Die piene van ’t missen; verlangen da brangdt.

Ni schorrren, ni slikken, ni duunen, ni strangd
Ni ‘eel óhe luchten, ni dat zout leehe langd
In aoltied dat waojen; die zuudweste wind
Ik bin dae ébore; ik bin d’r aoltied wi kind

Elf jaer laeter, in 2014 is ‘t echt vo mekaore ‘ekomme.
Toen bin ik,nae drieëndertig jaer randstad, wi lekker in Zeelangd komme wone.

en de muzikale bijdragen waren van

Willem

De foto’s zijn gemaakt door Leendert Verkerke.

De organisatie was in handen van Het Watersnoodmuseum en Magda Haan.

Over Niels Snoek

Niels Snoek is de voorzitter/spin-in-het-web van De Reizende Dichters.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.