Literair café aan de Overkant

Een poëtisch verslag door Greta Lugtmeier

Literair café aan de Overkant

Herman Maas, sust en stelt gerust:
“Het was een vergissing, geen aanslag”.
We zijn weer thuis aan de overkant en
kunnen een balkje krijgen als we níet op de foto willen.
Het kind in hem speelt nog steeds graag met Deense blokjes
en heet ons nu welkom bij het fantastische 40e literair café.

 
Fred Hoogervorst en Annette van Riel zijn een stel en vormen zo een duo
Annette viel Fred toe toen ze hem tegen kwam bij de reizende dichters,
Fred op zijn beurt zag op 4 juli 2011 de Brabantse Annette voor het eerst.
Sinds dien bouwen ze die 1e vonk uit en vormen een hechte relatie.
Handen die vooral de liefde bedoelen, konden dat in de sjoelbak zelfs al voelen.
Fred blijft zich bewust verwonderen op zijn reis naar binnen.
Die 30 centimeter waar je werkelijke kern woont,
terwijl Annette wel 40 jaar over die naar zichzelf reis deed.


Pau Heerschap kijkt al vanaf de oorlog met een wijde blik.
Hij weende geluidloos bij de kappersbeurt met oma’s tondeuse voor zijn kleuterfoto.
Zijn verhaal kleurde hij met potlood bij om zijn woorden extra Brün te kunnen bakken.
In zijn fantasie draait de molen nog altijd boven de dijk en onder de rijzige wolken
als baken voor de dreumes van 3 op wereldreis.
Het pad retour bestaat alleen nog vaag in de herinnering.


Anne Hanse ziet de kraaloogjes hele verhalen vertellen en
vraagt zich af of er nog wel buiten gespeeld kan worden.
In het zilveren licht van de maan vraagt zij jou haar hand te geven,
te bouwen aan vertrouwen en liefde en met haar weer te dromen.


Aart Dorsman houset en Strausst naar de overkant,
terwijl de dijken elkaar vinden tussen klavertjes en het buigende riet.
Het geploegde zoute slib vormt het eiland geboren uit de zee,
Wijl Aart zelf tot zijn aards geluk de glimlach van zijn kind weer ziet landen.


Gerard Cleton wekte het kind jaren geleden al bij 5 grootvaders in Lust en Last
en speelt de blues over een dreinend jongetje dat om zichzelf gezien wil worden,
niet om de projecties van de wereld. Hij vraagt zich Dylanesque af,
waarom morgen zo lang is en kleed zich dan muzikaal om van gitaar tot Dobro,
om een maandag van Leadbelly te laten horen tot hij er bijna klaar mee is.


Na de eerste pauze vraagt Cora de Boed zich af wat de dichters toch met het thema:
“het kind in mij” zouden doen. Ohlala, wat maakte dat wat los.
Ja, ook bij Cora zelf ging het borrelen en kwamen de violen en het handschrift van haar vader
als erfenis boven drijven. De herinneringen hangen samen met de opname van haar vader
in het Dijkzigt, zijn datums als scharnierpunt in haar leven.


Mieke van den Tol wordt kwajongensachtig gemaand dit keer niet vals te spelen.
Herman maakt een dolletje met het kind in Mieke dat haar met een lach,
steeds weer door dalen heeft getrokken.
Ze telt haar zegeningen en versterkt zich met herinneringen.
Na anderhalf gedicht gaat Mieke terug naar haar plaats en voegt de kwajongen nog even toe
dat ze om den drommel niet bang is van hem.


Het Franse kind zingt nog steeds in Catherine van Vliet.
Toch werd ze pas echt kind toen ze zelf kinderen kreeg én
door haar kleinzoon wordt dat kind steeds verder wakker.
Vaag is ze zeker net als ze het onyx-beeld van Camille Clodell bezingt.
Ze verhaalt over de wals tussen Clodell en Debussy, terwijl ze zichzelf uitdaagt jaarlijks
minstens één nieuwe plek te ontdekken, zo vindt ze jaar na jaar
steeds dieper haar thuis bij zichzelf.


Het kind in Greta genoot van haar vakantie en haar drift speelt op als haar kind geraakt wordt.
Met een spannende herinnering over een mottige vos in een rode doos,
krijgt ze de lachers weer op haar hand.
Gerard Cleton vervolgt met Your mother and I van Loudon Wainwright.
Hij beroert het kind in mij precies op een pijnlijke plek en even valt mijn pen stil.
Gelukkig zijn ouders ook net mensen en ook dat treft gelukkig mijn herkenning.
Solo is Gerard sterk genoeg voor 2 en zet een fijne sfeer neer:
als kinderen kunnen we vliegen door het gras en tussen bomen, kom maar als je durft.
De vallende steen Keith Richard viel als een blok voor de blues van Robert Johnson,
raakte geïnspireerd tot hij weer kinderen kon inspireren.
Zo rolt de steen altijd verder in de grote poel.

Na ontmoetingen bij hapjes en drankjes, vertelt Louisa van der Pol een kort en eenvoudig
verhaal over pijn, boosheid en verdriet, maar vooral over liefde.
U maakt iets kapot, is het verhaal over de MKZ-crisis,
Louisa schreef het bij de herdenking van dit onbegrijpelijk grote drama.
Het pad was té smal om over te rijden, maar smal genoeg om fijn op te spelen,
tot de linten en borden de meisjes buiten school houden en
Moortje en Doortje geruimd moeten worden. Het hele dorp moet geruimd,
de wereld is een onbegrijpelijke plek met zieke regels…


De Appeltaart van Herman Maas bij de geboorte van Lowie van Eck was erg lekker,
weet hij uit de verhalen.
Hij wenst zich soms wat ouder, zodat hij ook zonder Id(ee) een biertje kan bestellen.
Hij wil de horizon bereiken, ook al dreigt de regen en beschrijft een vrouw aan zijn jongere ik.
Spreekt zich moed in en schud haar weer van zich af in het donker,
voor het volgend literair café voorspelt hij eindelijk volwassen gedichten.
Gerard Cleton wenst ons allemaal, met zijn eigen nummer I wish you well, alle goeds.
Zelfs als je je als zelfzuchtige workaholic mocht gedragen, is morgen nog ver.
Hij kondigt eindelijk betaaldag aan, zodat we de bloemetjes buiten kunnen zetten.


Magda Haan wil het kind in haar alleen maar laten spelen en
terug naar de tijd vóór pijn en leugens. Dat wil ze tot ze een bejaarde leeftijd heeft bereikt.
Haar grootmoeder waggelde door de Achterhoek en zo lang ze in Magda’s leven was,
stroomde de oma-liefde rijkelijk. Maar er bleek zelfs geen sprake te zijn van gerookte haring.


Jolanda Holleman vraagt zich af waar het meisje van toen bleef,
en of ze misschien nog 1 x wil spelen.
Want als de ballon de hemel bereikt dan is het spelen verleerd.
Pas na een milde wassing van regen speelt het meisje weer vrij in de modder.
Ze wenst iedereen ten slotte een geweldige zomer.
De dertig strafpunten voor Herman vindt hij zelf de moeite meer dan waard.
Ach, Herman het zijn maar minuten en wat zijn die dertig nou helemaal op de eeuwigheid
en een fijne middag aan De Overkant.

Over Niels Snoek

Niels Snoek is de voorzitter/spin-in-het-web van De Reizende Dichters.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.