EXTRA EDITIE Watersnoodmuseum

Van de redactie
Voor u ligt een extra editie van O-O-GO, dat geheel gewijd is aan de Watersnoodramp van 1953. Het dorp Oude-Tonge is het zwaarst getroffen, want daar verdronken ruim 300 mensen, soms hele gezinnen, die niet meer weg konden komen voor het aanstormende ijskoude water, het was immers in de nacht van 1 februari.
Een aantal leden van het dichterscollectief De Reizende Dichters en een aantal gastschrijvers hebben een bijdrage geleverd. Een van de Reizende Dichters was een keer in het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk en bedacht dat het wel mooi zou zijn om gedichten bij de objecten, die daar staan tentoongesteld, te schrijven. Dat idee is verder ontwikkeld en zo is deze uitgave uiteindelijk ontstaan. Deze begint en eindigt met gedichten van overleden schrijvers: Sari van Hennik en Dicky Soldaat.
Cora de Boed heeft een interview gehouden met Nel Saarloos-van Otzel uit Oude-Tonge. Het gezin Van Otzel is gered van de boerderij en werd later ondergebracht bij mensen in Noord-Brabant. Het ingrijpende verhaal is te lezen vanaf halverwege de volgende pagina. Nel maakte er ook een schilderij bij, dat Chaos heet en laat zien dat een mens op de vlucht gaat voor het water.
De Reizende Dichters beschrijven hoe het geweest moet zijn voor mensen die in nood waren toen het water kwam. Annette van Riel denkt ook aan de kat, die de ramp overleefde. Ben F. Wesdijk beschrijft het lot wat velen overkwam. Tevergeefs ingemaakte groenten, daar heeft Catherine van Vliet-Saivres het over. Mensen die de dood vonden in de rampnacht, verschenen in het Licht voor hun God, zo beschrijft Fred Hoogervorst het. Tussen botsende huisraad twee onafscheidelijke kopjes: Frouke Bienefelt greep ze, maar begreep het niet. Greta Lugtmeier heeft het over Zacht kind van de wind, hoe zal je heten, kraai jij de morgen, drijf je weg op de golf. Magda Haan voelt in gedachten de doodsangst van mensen die op zolders zaten en een goed heenkomen wilden zoeken. Nel van Otzel noemt het verlies van haar goede vriendin Sari en vriendje Thijs en hun familie. Niels Snoek merkt op dat er vandaag de dag een herinnering is, een herinnering van leven. Tino van Kampen beseft écht leed. Anne Hanse en Sterre van Resum beschrijven mensen die op een zolder zaten. Samen zijn van een moeder en haar pasgeboren kind, samen verdronken: een gedicht van Marian Kortekaas. Teuntje is gespaard gebleven, net als Mozes in een rieten mand: hersenspinsels van Mieke van den Tol. Het dichten van de gaten in de dijken door militairen tenslotte, is van Aart Dorsman.
Cora de Boed

Over Niels Snoek

Niels Snoek is de voorzitter/spin-in-het-web van De Reizende Dichters.

Reageer