Dichter aan Zee – verslag

Verslag Dichter aan Zee op zondag 4 september in het Watersnoodmuseum te Ouwerkerk

door Herman Maas

de foto’s zijn van Leendert Verkerke

De jaarlijkse middag van de Reizende Dichters in het Watersnoodmuseum werd dit jaar geopend door Marc van Velzen, een staflid van het museum.

Hij vertelde over de lange samenwerking met de dichters en de plannen om in het jubileumjaar 2023 samen met de dichters een boek met 70 gedichten over de ramp uit te geven en eindigde met een gedicht uit dat komende boek.


Er waren veel bezoekers die we nog niet kenden en die uit verschillende plekken van het land kwamen. Het publiek was aandachtig en betrokken en na afloop was de inhoud van de hoed boven verwachting.


We begonnen met gastdichter Mels Hoogenboom uit Zierikzee die naast dichter ook een actief acteur en musicus is. Zijn soms emotionele gedichten bracht hij met overtuiging . Aandoenlijk vond ik zijn vrouw en zoon op de eerste rij die glommen van trots.


Daarna kwam onze eigen Catherine van Vliet die alles wat ingetogener bracht. Persoonlijk zou ik de pauze tussen haar gedichten iets langer maken om een gedicht even te laten bezinken voor je je aandacht aan het volgende gedicht geeft. Ook zou je door een korte inleiding van een gedicht de overgang van het ene naar het andere gedicht beter kunnen markeren. Leuk was het dat de in de inleiding genoemde verrassende combinatie van hetzelfde gedicht in twee talen meteen een voorbeeld werd gegeven door

na het voordragen van een gedicht door Anne Hanse een letterlijke Franse vertaling voor te dragen.


Onze Anna Hanse, die de vorige keer met haar kleine nichtje had opgetreden verraste ons nu met een mogelijk nieuw lid voor De Reizende Dichters en had haar repertoire goed aangepast aan het museum. Ik was vooral geroerd door het enorme verschil dat ik zag tussen haar eerste optreden vele jaren geleden als schuchtere onervaren podiumbetreder en de nu vlotte zelfverzekerde alerte dame die echt contact toonde met het publiek.


Het muzikaal intermezzo werd verzorgd door zanger Mels Hoogenboom die zich zelf op de gitaar begeleidde en Tamara van As met zang. Ze waren goed op elkaar ingespeeld, mede door hun samenwerking in diverse toneelstukken waar ze duidelijk geleerd hebben dat ook liedteksten goed verstaan moeten worden door het publiek. Hoe vaak verdrinken teksten nog in de muziek.


Na de pauze ontroerde gastdichter Jan van Vliet me met zijn combinatie van litho’s met gedichten. Zijn heldere rake gedichten werden steeds afgesloten met het tonen van een litho over het onderwerp van zijn gedicht waardoor je klaar was voor het volgende.


Reizende dichter Marian Kortekaas maakte de vorige keer diepe indruk met haar gedichten over het persoonlijke verlies van een dierbare die zeker opgenomen zullen worden in een nog uit te brengen bundel van haar, maar hield zich nu vooral bezig met de ramp van 1953 en beschreef talloze aangrijpende beelden uit die tijd.


Gastdichter Anna de Bruykere uit Middelburg maakte vooral indruk met haar flamboyante manier van optreden als combinatie van dichter en acteur die het publiek ademloos deed zitten. Ik was zo onder de indruk van het optreden dat ik de teksten slecht kon volgen en er zeker geen rijm in kon ontdekken en daarom kocht ik haar bundel om thuis de gedichten tot me te laten komen. Ik voel haar kunde en niveau maar voor mijn simpele ziel waren ze niet allemaal te begrijpen en kies ik liever de bundel van Anne of Jolanda.


Na weer een muzikaal optreden van Mels en Tamara waarbij zelfs de vrouw van Mels een liefdeslied mee zong, was er ruimte voor het open podium. Volgens een ‘opstandige’ bezoeker was het niet open omdat er maar twee mensen en dan nog ook in een beperkte tijd mochten optreden en noemde ze het een Open Opium.


Desondanks boeide Cathrien Berghout uit Burgh ons met gedichten waarin schepen de verbindende factor waren en bracht

Cies Mijnders een gedicht dat moeilijk te volgen was omdat ze de microfoon weigerde te gebruiken en tot mijn spijt zong ze het gedicht niet terwijl ze dat de vorige keer zo ontroerend deed.
We sloten de letterlijk en figuurlijk warme middag met een betrokken en enthousiast publiek af met twee korte stukken uit de Canon van de

Nederlandse Poëzie door Niels Snoek die toch ook de huidige crisis erbij betrok. En de boer……. hij ploegde voort.


En hier de canon-gedichten van deze keer:

Ballade van den boer

Er stonden drie kruisen op Golgotha,
Maar de boer hij ploegde voort.
Magdalena, Maria, Veronica,
Maar de boer hij ploegde voort,
En toen zijn akker ten einde was,
Toen keerde de boer den ploeg
En hij knielde naast zijn ploeg in het gras,
En de boer, hij werd verhoord.

Zo menigeen had een schonen droom,
Maar de boer hij ploegde voort.
Thermopylae, Troja, Salamis,
Maar de boer hij ploegde voort.
Het jonge graan werd altijd groen,
De sterren altijd licht,
Gods woord streed in de wereld voort
En de boer heeft het gehoord.

Men heeft den boer zijn hof verbrand,
Zijn vrouw en os vermoord;
Dan spande de boer zichzelf voor den ploeg,
Maar de boer hij ploegde voort.
Napoleon ging de Alpen op
En hij zag den boer aan ’t werk,
Hij ging voor Sint-Helena aan boord
En de boer hij ploegde voort.

En wie is er beter dan een boer,
Die van de wereld hoort,
En hij ploegt niet, wat er al geschiedt
Op dezen akker voort.
Zo menigeen lei den ploegstaart om,
En deed het werk niet voort,
Maar de leeuwerik zong hetzelfde lied,
En de boer hij ploegde voort.

Heer God! De boer lag in het gras,
Toen droomde hij dezen droom:
Dat er eindelijk een rustdag was
Naar apostel Johannes’ woord.
En de kwaden gingen hem links voorbij
En de goeden rechts voorbij,
Maar de boer had zijn naam nog niet gehoord
En de boer hij ploegde voort.
Eerst toen de boer dien hemel zag
Zo vol van lichten schijn,
Toen spande hij zijn ploegpaard af,
En hij veegde het zweet van zijn voorhoofd af,
En hij knielde naast zijn stilstaand paard,
En hij wachtte op Gods woord.

Een stem sprak tot aarde, hemel en zee
En de boer heeft haar gehoord:
– ‘Terwille van den boer die ploegt
Besta de wereld voort!’

J.W.F. Werumeus Buning (1891-1958)
uit: Negen balladen (1935)

De ploeger

Ik vraag geen oogst; ik heb geen schuren —
Ik sta in uwen dienst, zonder bezit —
Maar ik ben rijk in dit:
Dat ik de ploeg van uw woord mag besturen,
En dat gij mij hebt toegewezen
Dit afgelegen land en deze
Hooge landouwen, waar — als in het uur
Der schafte bij de paarden van mijn wil
Ik leun vermoeid en stil —
De zee mij zichtbaar is zoover ik tuur.

Ik vraag maar een ding: kracht
Te dulden dit besef, dat ik geboren ben
In ’t najaar van een wereld
En daarin sterven moet —
Gij weet hoe, als de ritselende klacht
Van die voorbije schoonheid mij omdwerelt,
Weemoed mij talmen doet
Tot ik welhaast voor u verloren ben —

Ik zal de halmen niet meer zien
Noch binden ooit de volle schoven,
Maar doe mij in den oogst geloven
Waarvoor ik dien —

Opdat, nog in de laatste voor,
Ik weten mag dat mij uw doel verkoor
Te zijn een ernstig ploeger op de landen
Van een te worden schoonheid; eenzaam tegen
Der eigen liefde dalend avondrood, —
Die ziet beneden aan de sprong der wegen
De hoeve van zijn deemoed, en het branden
Der zachte lamp van een gelaten dood —

Adriaan Roland Holst (1888-1976)
uit: Voorbij de Wegen (1920)

Over Niels Snoek

Niels Snoek is de voorzitter/spin-in-het-web van De Reizende Dichters.

Reacties zijn gesloten.