DE CULTUUR EN IK

Komende zaterdag is iedereen van harte welkom bij ons 3e Literaire Café van dit jaar. Deze keer in De Overkant te Ouddorp. Pau Heerschap, die dan te gast is schreef hiervoor de hiernavolgende introductie over zichzelf:

DE CULTUUR EN IK

Al heel jong kwam ik in aanraking met literatuur. Vader was erg belezen. Hij is opgegroeid bij zijn grootvader, omdat zijn vader al verdronken is als visser toen mijn vader vijf jaar was. Die grootvader had veel boeken en in de schuur werden bij het uien sorteren door een oom gedichten voorgedragen van onder andere Cats en Tollens. Ook mijn vader kende een aantal gedichten uit zijn hoofd.

Fascinerend vond ik het om zelf te kunnen lezen. Wonderlijk is dat: op een zondagmiddag zat ik te bladeren in een kinderboek van mijn zuster om de plaatjes te bekijken en ineens kon ik de verhaaltjes erbij lezen. Dat had ik natuurlijk geleerd in de eerste klas van de lagere school.
Dat lezen is nooit meer gestopt. Ik las van alles: rijp en groen. Bij gebrek aan jongensboeken ging ik ook de meisjesboeken van mijn zusters en nichtjes lezen, zoals de Rozemarijntjesserie van W. G. van der Hulst.

Mijn tante had televisie en daar ging ik natuurlijk kijken. Zo was er een programma ‘Houd je aan je woord’ met Godfried Bomans en Hella Haasse. Dat vond ik al prachtig. De eerste literaire werken die ik zelf kocht waren van Godfried Bomans, want die vond ik zo grappig. Ook kocht ik bij boekhandel Vroegindeweij in Middelharnis ‘De verborgen bron’ van Hella Haasse. Ik snapte daar aanvankelijk niets van.
Op de HBS kwam ik natuurlijk ook met literatuur in aanraking. En dat ging zo door op de Kweekschool in Ede, waar ik voor onderwijzer leerde. Daar heeft een wat chaotische leraar Nederlands de liefde voor de literatuur echt aangewakkerd. Het lezen, en ook het kopen van boeken, heeft toen een grote vlucht genomen. In de plaatselijke supermarkt in Ede, de Kijkgrijp, stonden Ooievaarpockets te koop, ook met gedichten. Die leraar had de Vijftigers met ons behandeld, hele moderne gedichten voor die tijd. Op een gegeven moment ging ik met een groepje medeleerlingen een dichtgroepje oprichten: ‘Groep Zeven’. Wij verzonnen nieuwe woorden, heel onzinnig soms. In de schoolkrant werden die door de redactie soms verbeterd in gewoon Nederlands. Wij schreven gedichten in de trant van de Vijftigers: Lucebert, Remco Campert, Leo Vroman. Met school gingen we naar een manifestatie met schrijvers in de Rai in Amsterdam. Fascinerend was het om daar de bewonderde schrijvers live te zien.

De liefde voor de literatuur is eigenlijk nooit meer gestopt. Ook mijn liefde voor het dialect niet. Daarmee kwam ik aanraking tijdens de studie Nederlands MO-A en B. Op een gegeven moment ging ik zelf poëtische vertellingen in dialect schrijven, ook pure gedichten soms. De klankrijkdom van de dialecten is veel groter dan die van het Algemeen Nederlands. Ik ben nu al meer dan veertig jaar bezig met dialectonderzoek, wat resulteerde in diverse publicaties. Zo maak ik jaren deel uit van de Zeeuwse Dialect Vereniging, momenteel als hoofdredacteur van het verenigingsblad Nehalennia. Verder ben ik al jaren bestuurslid van de vereniging, momenteel vice-voorzitter. Ik heb mee mogen werken aan het supplement op het Woordenboek der Zeeuwse dialecten.

Verder ben ik al vanaf mijn vroege jeugd zeer geïnteresseerd in (streek)historie. Ook op dat gebied publiceer ik regelmatig. Van de Historische Vereniging voor Goeree-Overflakkee ‘De Motte’ ben ik 25 jaar voorzitter geweest. Zo kwam ik geleidelijk in allerlei instanties terecht. Meestal werd ik daarvoor gevraagd. Alleen voor de functie van Buitengewoon Ambtenaar van de Burgerlijke Stand heb ik gesolliciteerd. Het aantal huwelijke dat ik gesloten heb nadert de 300.

Verder teken en schilder ik vanaf mijn vroege jeugd. Dat begon al op de Lagere school. Mijn moeder was erg creatief. Zij had een opleiding gevolgd voor coupeuse en kon zo uit haar hoofd kleding verzinnen. Ook haar kleurgevoel was heel sterk ontwikkeld. Ik denk dat ik mijn creativiteit aan haar te danken heb.
Tot nu houd ik me bezig in de natuurtuin rond mijn woonhuis, maar dat wordt mij allemaal een beetje te veel, zodat ik besloten heb om te verhuizen naar een nieuw te bouwen woning op een kleinere oppervlakte. Ook weer een uitdaging op mijn 73ste. Zo heb ik veel dingen gedaan en doe ze nog altijd op cultureel terrein. Mijn instelling is altijd geweest ‘gewóón’ doen en kwaliteit leveren. ‘Gewoon’ dan in de betekenis ‘eenvoudig’.

‘Het kind in mij’ is eigenlijk altijd gebleven. Het belangrijkste thema in mijn stukjes en gedichten is dan ook ‘het voorbijgaan van de tijd’. Het willen vasthouden van de tijd, maar dat is alleen mogelijk in de herinnering. En dat lijkt mij een mooie zin om mee af te sluiten.

Pau Heerschap

Over Niels Snoek

Niels Snoek is de voorzitter/spin-in-het-web van De Reizende Dichters.

Reacties kunnen niet achtergelaten worden op dit moment.